Roerdompstraat 76 | 6601 DL Wijchen | 024-6452881

De gezonde school

De Paulusschool is gezond https://youtu.be/4rIzjhdMDYY
Lees meer

Welkom op de Paulusschool

Onze school wil een school zijn voor iedereen. Een school met ruimte , ideeën en aandacht voor het individuele kind.
Lees meer

Veilig leren lezen

Kern 10:

moeder-geluk-eerlijk

In deze kern leert uw kind:

vooral woorden met 2 lettergrepen

Uw kind leert hoe woorden als 'moe-der', 'ge-luk', 'eer-lijk', 'bui-ten', 'ver-haal', 'schat-tig', 'schui-ven', 'be-doel' en 'hel-ling' worden gelezen. Het ontdekt en leest lettergrepen, die ook wel 'stukjes van woorden' worden genoemd. De leesmoeilijkheden breiden zich uit. Woorden met ieuw, eeuw en uw worden geoefend, woorden als plant en straat komen aan de orde.

Open lettergrepen

Ook maken de kinderen kennis met de open lettergreep (maken, vogel). Het thema daarbij heeft betrekking op ‘verzamelen, museum, tentoonstelling’. Kinderen zullen misschien in de klas ook allerlei verzamelingen mogen maken of presenteren.

 Het schooljaar vordert gestaagt. De komende maand met veel vrije dagen voor de kinderen. Dan wordt er op school niet geoefend. Hopelijk kunt U thuis elke dag 10 a 15 minuten met uw kind lezen. Met regelmaat hardop lezen is erg belangrijk voor de leesvaardigheid van uw kind. Ook voorlezen is erg belangrijk voor de taalontwikkeling van kinderen.

Hieronder een aantal tips:

Voorlezen is elke dag een feest! Of je nu voor het slapen gaat een mooi verhaal voorleest in bed of overdag samen een prentenboek bekijkt, er worden herinneringen voor het leven gemaakt. Daarnaast heeft voorlezen een positief effect op woordenschat, spelling en tekstbegrip . Hieronder een aantal tips om het meeste uit dit speciale kwartiertje te halen.


Een boek kiezen

In de boekwinkel en bibliotheek is zoveel keuze aan boeken dat het soms niet meevalt een geschikt boek te vinden dat op dat moment past bij de belevingswereld van uw kind. Denk eens aan de voldende situaties: misschien is er in het gezin een baby op komst, wordt uw kind zindelijk of leert het zelfstandig naar de wc te gaan.

Veel bibliotheken hebben de boeken per thema bij elkaar staan. Ook in de boekwinkel kan men u boeken tonen over speciale onderwerpen.

Hetzelfde boek een paar keer voorlezen

Het is een feit dat kinderen een verhaal eindeloos vaak willen horen en telkens opnieuw weer prachtig vinden. U hebt misschien zelf al lang genoeg van het boek, maar u weet dat herhaling erbij hoort. Lees prentenboeken juist een aantal keer voor om er zoveel mogelijk uit te halen.

Hetzelfde boek een paar keer voorlezen hoeft echt niet saai te zijn als u elke keer een ander onderwerp verzint om het na het voorlezen over te hebben: het thema, de personages of hebben de kinderen zelf wel eens zoiets meegemaakt?

Voorleesrituelen

Kinderen raken vertrouwd met allerlei rituelen: zo doen wij dat altijd! Ze voelen zich prettig als ze kunnen rekenen op het dagelijkse voorleesritueel. Lees voor op een vertrouwd moment of op een knusse plek met een knuffel of kussen erbij, en met zo weinig mogelijk kans op storingen. Voorleestijd is de tijd waarin u samen kunt kijken, luisteren, praten en lachen.

Voorlezen met stemmetjes

In prentenboeken staan vaak veel korte spreekteksten. Het is helemaal niet nodig om u extra in te spannen om met verschillende stemmetjes voor te lezen. Bij peuters is dat nog niet zo aan de orde. Als u langzaam voorleest, goed articuleert en uw kind tijdens het voorlezen regelmatig aankijkt, dan treft u vaak veel beter de toon en zal uw kind goed begrijpen wie er in het boek iets zegt.

Te moeilijk of niet?

Het kan prettig zijn om van andere ouders of leidsters, of in de bibliotheek of boekwinkel, titels van prentenboeken te horen die geschikt zijn voor de leeftijd van uw kind. Dan nog kan het zijn dat u aarzelt of het boek niet te moeilijk of te gemakkelijk is.

Misschien helpt het om te weten dat een boek eigenlijk net een beetje te moeilijk mag zijn. Als u het meerdere keren voorleest en u praat samen over het verhaal, hebt u de meeste kans dat uw kind door een boek geboeid wordt.

Voorspel samen het verhaal

Vraag tijdens het voorlezen aan uw kind hoe het verhaal verder zou kunnen gaan. Door te vragen wat er allemaal kan gebeuren in het verhaal, denken kinderen goed na. Hierdoor leren ze in hun dagelijks leven ook beter om naar oplossingen te zoeken voor problemen.

Moeilijke woorden

Wanneer er moeilijke woorden in het boek staan, worden deze in de context van het verhaal vaak wel duidelijk. Zo niet, dan kunt u uw kind helpen om het nieuwe woord te leren door er een plaatje bij aan te wijzen, een voorbeeld te geven of een vervangend woord te gebruiken. Naderhand kunt u ook het moeilijke woord er weer bijhalen. Zo onthoudt uw kind het woord beter, dit helpt bij de ontwikkeling van het taalgebruik.

Laat uw kind vertellen

Geef uw kind gelegenheid om iets te zeggen als u het verhaal voorleest. Het gaat erom dat uw kind praat, dus alle opmerkingen over het verhaal zijn goed. Uw kind heeft een eigen interpretatie over het verhaal en kan ook meepraten vanuit eigen ervaringen. Daar kunt u dan weer op ingaan. Zo blijft uw kind betrokken bij het verhaal. Laat uw kind het verhaal ook zelf eens navertellen.

Door het verhaal aan een ander te vertellen en erover na te praten, gaat uw kind het verhaal beter begrijpen.

Voorbereiding op het voorlezen

Lees de titel van het boek voor en praat met uw kind over de voorkant. Maak het nieuwsgierig naar het verhaal. Als u de kaft samen bekijkt, kunt u samen met uw kind bedenken waar het boek over zou kunnen gaan.

kern 9

Kern 9: bedoel - verhaal - gezin

Dit leert uw kind in deze kern:

  • Uw kind maakt kennis met steeds meer nieuwe lettercombinaties. Aai, ooi, oei komen voor in eenvoudige woorden als ‘kraai’, ‘kooi’, ‘groei’.

Het thema van deze kern is: ‘Hé, hoe kan dat?’ In deze kern maakt uw kind kennis met tweelettergrepige woorden: vijver, bakker, kasten, balkon, poedel’. Het zijn nog woorden zonder open lettergreep. Ook komen woorden aan de orde zoals: ‘bedoel’, ‘verhaal’, ‘gezin’.

Begrijpend lezen

In kern 9 maakt uw kind kennis met allerlei oefenvormen voor begrijpend lezen.

Enkele voorbeelen: Uw kind krijgt steeds een zin of een korte tekst. Daarna worden drie uitspraken gedaan. Slechts één van de drie uitspraken past bij de zin of tekst.

  • Voorbeeld: Els maakt een jurk. Die is voor de pop van Noor. Bij deze korte tekst staat een tekening. Uw kind kan kiezen uit de volgende uitspraken:
    (1) De pop is van Els.
    (2) Noor maakt een jurk.
    (3) De jurk is voor de pop.
  • Waarschijnlijk zal uw kind in het begin fouten maken bij deze oefenvorm, omdat het te snel denkt dat een bepaalde uitspraak wel goed zal zijn. Uw kind leert dat het de gekozen uitspraak goed moet controleren door de zin of tekst nog een keer te lezen.

Woordweb

Het maken van een woordweb komt in deze kern regelmatig aan de orde. Uitgaand van een kernwoord, bijvoorbeeld ‘wiel’ kunnen woorden worden gezocht die betrekking hebben op dat begrip. De woorden worden eromheen geschreven.

Zinnen in de juiste volgorde plaatsen

Ook het plaatsen van zinnen in de juiste volgorde met behulp van een plaatje is een van de oefenvormen. Met behulp van slechts één afbeelding kiest het kind welke van de zinnen de eerste zin is, welke de volgende etc.

In de klas lezen de kinderen ook op hun instructie AVI niveau: thuis kunt u boekjes M3 en E3 lezen; dit komt overeen met AVI 2. Samen lezen in dit boekje blijft leuk:

Oefenvormen hiervoor:

a. U begint te lezen, stopt ergens in een zin, kind leest door en mag ook weer ergens stoppen en dan leest u door.

b. U leest een zin en maakt een fout. Kind leest de zin nogmaals met verbeterde fout.

c. U leest 2 zinnen, kind herhaalt de laatste zin en leest een nieuwe zin erbij. Dan leest u weer de laatst gelezen zin en een nieuwe zin.

d. Het is ook erg zinvol om na het lezen van een stukje tekst te controleren dmv het stellen vragen of het kind de tekst ook heeft begrepen.

Kern 8 

Kern 8: bank - licht

In deze kern leert uw kind:

Woorden: bank en licht

Woorden met 2 medeklinkers vooraan (zoals 'zwaan') en achteraan (bijvoorbeeld 'kast') komen uitgebreid aan bod. Daarnaast oefent uw kind met samenstellingen: Ook leert uw kind woorden met een open klinker achteraan lezen, bijvoorbeeld: 'ga', 'zo' en 'nu' Bovendien leren de kinderen in kern 8 de nk van bank en de ch van licht.

Op het podium

Tijdens deze kern krijgt het thema ‘Op het podium’ veel aandacht. Voorlezen, voordragen, optreden, verkleden zijn sleutelwoorden in allerlei activiteiten.

Uw kind kan nu alle letters vlot benoemen en opschrijven. Steeds vaker zal het spontaan iets opschrijven. Wijs uw kind niet op alle schrijffouten: creativiteit en spontaniteit zijn belangrijker dan foutloos schrijven. Bovendien is uw kind verder met lezen dan met spelling. Wat het kan lezen, hoeft het dus nog niet foutloos te kunnen schrijven.

kern 7 Lezen

Kern 7: sch-woorden en ng-woorden

In deze kern leert uw kind:

Letters: hoofdletters
Woorden: 'sch'-woorden, woorden met de 'ng'-klank

Alle letters compleet

In de kernen 1 tot en met 6 heeft uw kind alle letters geleerd. In principe kan het nu eenvoudige eenlettergrepige woorden lezen. Alleen moet het herkennen van woorden nu nog worden versneld en geautomatiseerd. In de kernen 7 tot en met 12 leert uw kind woorden lezen die wat moeilijker zijn. Dit zijn de lastige eenlettergrepige woorden zoals kist, drop, hond, slang, bank, springt, meeuw, ja, zo en woorden van 2 en 3 lettergrepen. Ook oefent uw kind om niet meer spellend te lezen. Die lastige eenlettergrepige woorden worden niet allemaal tegelijkertijd aangeboden en geoefend. Ze zijn verdeeld over verschillende kernen.

Schatgraven

In kern 7 komen vooral de sch-woorden aan de orde en woorden met het lettercluster ng (ring). Bovendien maken kinderen al kennis met woorden met twee medeklinkers vooraan en achteraan (stoel, lamp), woorden met –d en –b achteraan (heb, bad) en samenstelling (zakmes). Ook leert uw kind in deze kern hoofdletters.
Het thema van kern 7 is: schatgraven, avonturen beleven, piraten. Het verhaal waarmee de kern start gaat over het vinden van een schat op een schip.

Nog niet altijd verbeteren

Kinderen zijn ook steeds beter in staat om woorden en zinnen te schrijven. Toch zullen kinderen nog niet alle woorden foutloos schrijven. De leesproblemen zijn soms te moeilijk om de afwijkende schrijfwijze meteen ook onder de knie te hebben. Zo kan het kind al snel woorden lezen met de letter –d- achteraan. Maar het foutloos schrijven van woorden als ‘heb’ en ‘had’ is moeilijker. Vandaar dat vanaf kern 7 het kunnen lezen en kunnen schrijven van woorden niet meer helemaal parallel lopen. Als uw kind toch woorden schrijft waar spelfouten in zitten, hoeft dat dan ook nog niet altijd verbeterd te worden.

 


Veilig leren lezen kern 6

Kern 6: geit-pauw-duif-ei

In deze kern leert uw kind:

Letters: g - ui - au - f - ei
Woorden: geit, pauw, duif, ei

Alle letters compleet

In kern 6 leert uw kind de laatste nieuwe letters. Op het eind van deze kern zijn 34 letters aan de orde geweest. Het zijn lettertekens voor alle 34 klanken die in eenvoudige woorden met de combinatie medeklinker-klinker-medeklinker voorkomen. Ook woorden met klinker-medeklinker (uit) of medeklinker–klinker (kei) kunnen kunnen worden gelezen.
De nieuwe woorden en letters worden aangeboden aan de hand van het voorleesverhaal, behorend bij het thema ‘Wat komt er uit een ei?’.

Vlot lezen oefenen

Het maken van wisselwoorden neemt nog steeds een belangrijke plaats in. Op die manier worden ook de laatst geleerde letters toegepast in het vlot lezen van woorden. Nu alle letters aan bod zijn geweest, wordt het vlot lezen van woorden steeds belangrijker. Met een goede basis kan immers begonnen worden aan steeds moeilijkere woorden en lettercombinaties.

Begrijpend lezen

Al vanaf het begin wordt het lezen van woorden en zinnen geoefend. Maar er wordt ook geoefend in het kritisch lezen van zinnen en het begrijpen van de betekenis van zinnen.

Begrijpend lezen oefenen

Een oefenvorm in dit begrijpend lezen is het kiezen van de juiste zin of zinnen bij een tekening. Uw kind krijgt bijvoorbeeld een tekening van een jongetje dat naar een bus loopt. Het kan kiezen uit de volgende zinnen: (a) rik loopt naar de bus. (b) rik zit in de bus. (c) de mus zit bij de paal. (d) ik zie een paal bij de bus. Bij zo'n oefening moet het kind de zin begrijpen om het juiste plaatje te kunnen selecteren.

Kern 5 lezen

reus-jas-riem-bijl

In deze kern leert uw kind:

Letters: eu - j - ie - l - ou - uu 
Woorden: reus, jas, riem, bijl, hout, vuur

Uw kind kent inmiddels al heel wat letters. De komende weken komen daar nieuwe letters bij: de eu van reus, de j van jas, de ie van riem, de l van bijl, de ou van hout en de uu van vuur. 
Het thema van deze kern is ‘sprookjes’ of ‘verhalen en vertellingen’. De nieuwe woorden worden aangeboden in een sprookje over een reus, of in een verhaal over een verhalenverteller die verhalen vertelt over Sinterklaas, kerst of over de winter.

De letter eu

In deze kern leert uw kind onder andere de letters bij de klanken eu – ou. Net als de reeds bekende letters ij en oe bestaan deze ‘letters’ uit 2 tekens. Voor de kinderen is de eu echter één letter. U praat dus over de letter –eu-. Niet over de letters e-u. 

Wisselwoorden

Uw kind krijgt elke kern oefeningen om de nieuwe letters te oefenen en toe te voegen aan reeds bekende letters. Zo leren kinderen ook woorden lezen in rijtjes. In elk woord wordt een letter vervangen door een andere letter. Dat kan de letter vooraan, in het midden of achteraan in het woord zijn. Op deze manier oefent uw kind om met letters die het kent nieuwe woorden te maken. 'Vuur' kan bijvoorbeeld worden veranderd in 'vaar', 'veer' en 'voor', maar ook in 'duur', 'muur' en 'zuur'. Oefen samen en laat uw kind wisselwoorden maken met de laatstgeleerde woorden en letters.

Boekjes lezen

Uw kind kent nu bijna alle letters. Daarom kunt u in de bibliotheek alle eenvoudige boekjes lenen. De boeken zijn ingedeeld aan de hand van een codering. Boeken voor beginnende lezers krijgen altijd een E-aanduiding op de rug, gevolgd door het AVI-niveau (Start, M3, E3 of M4). Stimuleer de leesvaardigheid van uw kind en zoek samen regelmatig leuke boeken uit!

Thuis samen lezen

DENKT U AAN HET SAMEN LEZEN MET UW KIND: 10 minuutjes per dag is al voldoende en het werpt echt zijn vruchten af! 

WAT KUNT U ALLEMAAL DOEN:

- voorlezen

- lezen in leesboekjes AVI M3: u leest eerst een zin, dan samen en dan uw kind alleen. Lukt een woordje niet, zeg het gerust voor; uw kind zal supertrots zijn als het lezen op die manier vloeiend verloopt en krijgt steeds meer zelfvertrouwen en vervolgens ook meer zin om te gaan lezen. Win-win situatie!

- Veilig en Vlot : www.demeulebeekoostrum.nl        Kern 4 en 5

- Woorden flitsen met computerprogramma Woordentrainer: www.regenboog-gorinchem.nl  

Niveau 1 ( 1-7 t/m 1-12)  Natuurlijk mag uw kind ook de andere rijtjes oefenen, u merkt vanzelf wanneer ze vastlopen, ga dan een stapje terug.

 

SUCCES ....EN HEEFT U VRAGEN, KOM GERUST NA SCHOOLTIJD EVEN!

kern 4 Veilig Leren Lezen

Kern 4: huis-weg-bos-tak-hut

In deze kern leert uw kind:

Letters: h - w - o - a - u
Woorden: huis, weg, bos, tak, hut

De letters i - m - r - v - s – aa - p – e - t – ee - n – b – oo zijn bekende letters geworden.
De nieuwe woorden en letters worden aangeboden aan de hand van een verhaal over oma die met kinderen naar het bos gaat en verdwaalt. Het thema van kern 4 is: ‘ waar ben ik’. Dit thema heeft veel mogelijkheden om rondom ‘woonomgeving‘ of bijvoorbeeld verkeer allerlei activiteiten te doen. Ook ‘het bos’ kan als thema gekozen worden.

De derde-persoons-t

In deze kern leert uw kind het lezen van werkwoorden met de derde-persoons-t, zoals: 'loopt', 'maakt' en 'rent'. U zult merken dat uw kind steeds meer en beter leert lezen. Vertel hoe knap u dat vindt.

Waarom ik leer lezen

Uw kind leert niet alleen nieuwe woorden en letters maar ontdekt ook steeds meer waar lezen toe dient: je kunt genieten van een verhaal, je kunt informatie opzoeken in een boek of een gids en je kunt elkaar op papier een boodschap doorgeven! Het eerste spel bij 'Samen bezig zijn’ ondersteunt de laatste functie van lezen en schrijven. 


kern 3 veilig leren lezen

Kern 3: doos-poes-koek-ijs-zeep

In deze kern leert uw kind:

Letters: d - oe - k - ij - z
Woorden: doos, poes, koek, ijs, zeep
Herhaling van de letters van kern 1 en 2

Deze nieuwe woorden en letters worden aangeboden aan de hand van een verhaal uit een reuzenboek. In dit verhaal vinden kinderen in een wensdoos telkens een nieuwe verrassing. Het thema van deze kern is ‘Wat zit erin?’

Woorden en zinnen

Uw kind is bij het begin van kern 3 alweer een week of 7 in groep 3. Steeds meer woorden kunnen worden gelezen. Uw kind leert niet alleen nieuwe letters en woorden, maar oefent deze ook op verschillende manieren.

Een voorbeeld van zo'n oefening is het invullen van letters in woorden waarin een letter ontbreekt. Bij het stukje ‘-en’ kan het kind kiezen uit b, p en r om er een compleet woord van te maken. Het plaatje dat naast het woord afgebeeld wordt geeft aan welk woord bedoeld is (ben, pen of ren).

Uw kind leest ook al korte zinnen:               

ik eet een vis.
een kip en een aap                              .
tim zit bij een boom.  

Veilig & Vlot

Waarschijnlijk heeft u al vaker gehoord dat er op school gewerkt wordt met Veilig & Vlot? Wellicht is uw kind al thuisgekomen met een Veilig&vlotdiploma, eerst na kern 1 en pas geleden na kern 2. Veilig & Vlot is een boekje met woordrijtjes die opklimmen in moeilijkheid. Uw kind leert hiermee niet alleen correct, dus foutloos woorden lezen, maar juist ook vlot. Vlot lezen is een belangrijke voorwaarde voor het begrijpend lezen. Deze boekjes zijn op dit moment helaas niet op onze nieuwe website te zien maar wel op die van andere scholen. Via google te vinden. Wij vinden het fijn wanneer u ook thuis regelmatig deze wisselrijtjes oefent. Dit bevordert het leestempo. Oefening baart kunst.

Vraag uw kind maar eens naar de verschillende werkjes die het op school maakt. Uw kind zal dat zeker graag willen vertellen.

 

kern 2

Kern 2: teen - een - neus - buik - oog

 

In deze kern leert uw kind:

  • Letters: t – n – b – oo – ee
  • Woorden: teen - een - neus - buik - oog

De letters i - m - r - v - s – aa - p – e zijn bekende letters geworden. De letters t – ee - n – b – oo komen daarbij met behulp van de woorden: teen, een, neus, buik, oog. Deze woorden passen bij het thema: ‘Mijn lijf’. Uw kind krijgt deze woorden aangeboden met behulp van een verhaal dat verteld wordt aan de hand van een reuzenboek. In dat verhaal moeten 2 kinderen naar zwemles, maar door een ongelukje komen ze daar niet terecht.

Hakken en plakken

Naast het uitbreiden van de letterkennis, werkt uw kind ook aan de vaardigheden die nodig zijn om te kunnen lezen: woorden in stukjes hakken (letters of klanken) en die stukjes weer aan elkaar plakken tot een woord. Met behulp van de tot nu toe geleerde letters kunnen ook andere woorden worden gemaakt dan bovenstaande woorden, bijvoorbeeld: vaar, kaas, pit, raam, boos. Dat is een ontdekkingsreis met steeds meer ontdekkingen en uitdagingen.

Waardering

Wat is er voor uw kind leuker dan thuis te laten zien wat het allemaal al kan? Het is belangrijk dat uw kind zelfvertrouwen krijgt bij het lezen. Spreek daarom altijd uw waardering uit over de leespogingen en de schrijfsels van uw kind, ook al gaat er nog wel eens iets mis.             Daarnaast is het heel belangrijk om uw kind voor te lezen. Dit is niet alleen leuk maar ook erg leerzaam. 




kern 1

Lezen in groep 3.

Als uw kind leert lezen, krijgt u daarvan van alles mee. Misschien herkent uw zoon of dochter tijdens het eten opeens de ‘p’ op de pot met pindakaas. Op school krijgt uw kind letters en woorden per kern aangeboden.

kern 1: ik - maan - roos – vis – sok – aan – pen - en

In deze kern leert uw kind:             

  • Letters: m - r - v - i - s - aa - p - e
  • Woorden: ik - maan - roos - vis - sok – aan – pen - en

Aan de hand van deze woorden leert uw kind de letters. Deze letters spreekt uw kind uit met hun klank, dus niet met de alfabetnaam van de letters. Uw kind zegt dus mmmmm en rrrrr in plaats van 'em' en 'er'. Het is heel belangrijk dat u dat ook doet!

Klanken

Sommige kinderen ontdekken in de woorden niet alleen de letter die bij dat woord wordt aangeboden (zoals –r- van roos) maar ze ontdekken ook de klanken van de andere letters: -oo- en –s-. Voor sommige kinderen is het een extra uitdaging om ook met die letters te experimenteren. Als deze kennis er niet spontaan is, dring het dan niet op. Het belast het kind onnodig. De basiskennis blijft alsnog het belangrijkst.

Op school gaan wij "hakken en plakken”. Wij halen een woord uit elkaar en vervolgens plakken wij het weer aan elkaar. Het woordje maan wordt: m-aa-n-m. We herhalen altijd de eerste letter.

Systeem van schrift

Aan de hand van de oefeningen in de klas ontdekt uw kind langzaam maar zeker het systeem van ons schrift: woorden bestaan uit losse letters en met die losse letters kun je oneindig veel nieuwe woorden maken. Vis bestaat uit de letters v-i s. Van vis kun je heel makkelijk -is- maken. En met de -m- van maan krijg je het woordje -mis-. Het lijkt zo simpel, maar voor kinderen is dit een heel belangrijke ontdekking.

 

Kijkt U eens op de site van Zwijsen: www.zwijsen.nl. Op deze site is speciaal voor ouders van alles te lezen over ons leesonderwijs. Handige tips voor het lezen thuis maar ook leuke spelletjes om met uw kind te doen.