Roerdompstraat 76 | 6601 DL Wijchen | 024-6452881

De gezonde school

De Paulusschool is gezond https://youtu.be/4rIzjhdMDYY
Lees meer

Welkom op de Paulusschool

Onze school wil een school zijn voor iedereen. Een school met ruimte , ideeën en aandacht voor het individuele kind.
Lees meer

Thuis oefenen

Klik op de link om de website te bezoeken

Rekenen:
Tafels
Erbij en eraf sommen tot 10, 20 en 100
Verhaaltjessommen
Klokkijken analoog (ook voor groep 4)
Klokkijken digitaal

Spelling:
Bekijk de pagina van groep 4 of van groep 5 om te zien welke uitlegkaarten thuis geoefend moeten worden.

Technisch lezen:
Woorden flitsen (Selecteer groep en leesniveau)

Taal: 
Oefenen met lidwoorden, zelfstandig naamwoorden, bijvoeglijk naamwoord, voorzetsels en werkwoorden (groep 4 en 5)

 Nog meer oefenen met woordsoorten (groep 5)

Oefenen met lidwoorden (groep 4)

Schema woordsoorten:

Woordsoort

Uitleg

Voorbeeld

Lidwoorden

Gr 4 en 5

De, het en een zijn lidwoorden.

 

Deze woordjes kun je voor een zelfstandig naamwoord zetten.

De kip

Het ei

Een haan

 

Zelfstandig naamwoorden

Gr 4 en 5

Zelfstandig naamwoorden zijn mensen, dieren, dingen, planten, plaatsen, gevoelens en namen.

 

Je kunt een lidwoord voor een zelfstandig naamwoord zetten.

De jongen

Het zwijn

Het strand

De bloem

Het plein

Het verdriet

De fiets

Het beest

Een meisje

De tak

 

Bijvoeglijk naamwoorden

Gr 5

Bijvoeglijk naamwoorden zeggen iets extra’s over het zelfstandig naamwoord.

 

Soms kan er meer dan één bijvoeglijk naamwoord voor een zelfstandig naamwoord staan.

De vrolijke jongen

Het bruine zwijn

Het ronde, blauwe bal

Het enge, wilde beest

De mooie, roze, vrolijke big

 

Voorzetsels

Gr 5

Voorzetsels staan meestal voor een lidwoord en geven vaak een plaats aan.

 

Soms staan er meerdere voorzetsels in één zin.

Op, in, naast, achter, onder, bij, voor, aan, van, met, bij, uit, tijdens, langs, tegenover, zonder, na

 

Tijdens mijn vakantie met mijn vriendin uit Spanje ben ik vaak op het strand geweest.

 

Werkwoorden

Gr 4 en 5

Werkwoorden zeggen iets over wat iets of iemand doet.

Ik loop

Hij loopt

Wij lopen

De klok tikt.

De blaadjes vallen.